Voor de zon laat ik alles vallen

De kleine lettertjes voor mijn neus beginnen ineens hun eigen verhaal te vertellen. ‘Kijk eens naar buiten’, lees ik. Huh? Ik lees nog een keer: ‘ja echt, kijk eens naar buiten’ staat er. Ik kijk met een verkrampte lees-nek uit het raam recht in de zon. Ik kijk nog eens. De zon wenkt, ik zweer het je! Ik hoor haar zelfs zingen: ‘kom gauw naar buiten, kijk eens wat ik voor je heb!’

Ineens beginnen mijn wandelschoenen te trappelen van ongeduld en steken de mouwen van mijn behaaglijke winterjas uitnodigend naar voren. Muts en sjaal beginnen een dansje en plots liggen mijn dikke sokken klaar. Ik ben om.

Mijn adem blaast wolkjes

Mijn werk laat ik voor wat het is en ik loop -aangekleed als een Eskimo- de deur uit richting park. Het is koud maar oh, die zon op mijn huid! Ik loop en loop, steeds de zon tegemoet. Alles vergeten, alleen de cadans van mijn stappen en verder stilte. Mijn adem blaast wolkjes, de wind is koud. Maar niets weegt op tegen de kracht van deze zon, ik voel de warmte prikkelen. Het maakt mij zielsgelukkig, want –of ik het me nu verbeeld of niet-, dit is de eerste keer dit jaar dat ik een sprankje voorjaar voel, in Nederland. De knoppen zijn weliswaar in hun schulp terug gekropen nu het weer vriest, maar ze zijn er. Voorzichtig ontluikend. Voor wie het wil zien.

Twee paar haastige hakken lopen mij tegemoet. Volledig in het hier en nu van de wereld op hun mobiele telefoon passeren de kantoordames mij. Bijna rennend om niet te laat te zijn voor belangrijke zaken. Geen tijd voor de wereld om hen heen. Geen geduld voor de groene oase, badend in de zon die alleen maar vraagt om te zijn. Niets meer.

De natuur als kunst

Ik hurk en aai twee kleine pluizige hondjes, de oude baas kijkt vertederd. We maken een praatje en ik vervolg. De dunste ijslaagjes op de vijver tekenen ronde patronen, maar winnen het nog lang niet van de warme onderstroom. Een groep ganzen aan de kant komt nieuwsgierig op me af. De brutalen bedelen om iets te eten. Ik beloof ze de volgende keer wat lekkers mee te nemen. In de plassen langs de weg zie ik prachtige ijs-kunstwerkjes: ik maak er een foto van.

Halverwege neem ik plaats op een bankje. De zon prikt op mijn wangen en ik sluit mijn ogen. Het is doodstil en alles valt weg. Ik ruik de aarde, het groen. Ik voel de voorbode. Het is weer zover: ik wil hier blijven, in dit moment. Maar na een half uur ben ik door en door koud. Ik sta op en loop met stijve spieren terug, de gouden momenten neem ik in elke vezel mee.

Twee uur later lachen de kleine lettertjes me toe. Ik maak een dampende kop thee en mijn hele lijf tintelt van energie. Hoe vrij ben je als je zomaar je werk in de steek kunt laten om terstond te genieten van de schaarse zon?

See how nature

trees, flowers, grass

grows in silence;

see the stars, the moon and the sun,

how they move in silence;

we need silence to be able to touch souls.

Mother Teresa