Hoe vertaal je een feest der zintuigen naar de eigenzinnige groei van jouw bedrijf?

De laatste weken loop ik met donkerblauwgekleurde zakjes onder mijn ogen en zodra ik even stil sta voor de kassa of een stoplicht dan valt mijn kin langzaam richting borst waarna ik plots wakker getoeterd of gepord wordt –‘u bent al lang aan de beurt hoor mevrouw.’ Allemaal de schuld van Netflix.

Tot voor kort kon je mij alleen maar wakker schudden voor een salade caprese, maar tegenwoordig heeft deze een concurrent: Netflix. Ik offer graag een paar uur van mijn slaap op voor Chefs Table, de magnifieke documentaire-reeks die in elke aflevering het leven van een van de 50 beste restauranteigenaars in de hele wereld volgt.

Obsessie is de stuwfactor

Het gaat helemaal niet alleen over eten. Elke aflevering is een overvloed aan inspiratie, vooral voor de zintuigen. Zonder obsessieve passie is het runnen van zo’n bedrijf gedoemd te mislukken. Je hoort het verhaal, de worsteling, de tegenwerking. Je ziet de eigenzinnigheid, de eigengereidheid en de eigenwijsheid: het spat er van alle kanten af.  In de borden die zij opmaken, hoe ze in het leven staan, hoe zij met mens en dier omgaan. Respect voor alles wat leeft. Ware kunstwerken gecreëerd vanuit geniale breinen. Wat een focus. Wat een doorzetters. Zij die ongelooflijk dicht bij zichzelf blijven. Zij die hun restaurant zijn. Die hun gerechten zijn. Die zijn.

De natuur spreekt

Wat mij opvalt is dat vele van deze kunstenaars –wat dat zijn het- hun inspiratie vinden in de natuur, daar brengen zij vele uren door. Sommigen zijn zo één met het landschap dat de kunstwerkjes op het bord een kopie zijn van dat waar ze een paar uur daarvoor nog wandelden. De natuur contempleert, geeft rust en ideeën voor deze knappe geesten. Pas wanneer zij de stilte in zichzelf hebben gevonden, kan het bruisen.

Kunstwerkjes op het bord

Er zijn chefs die hun gasten letterlijk een symfonie van gerechtjes voorzetten, regels uit een gedicht vertalen in een zorgvuldig opgebouwd bordje, de gelaagdheid van Peru wordt nagebootst en de Berlijner rouwdouwer-chef lanceert de bruutste schotels: hij vertaalt zijn ziel en zaligheid naar de tafel.

Er is een chef die zijn ideeën haalt uit bepaalde schilderijen in een museum. Hij staart uren naar een schilderij en tovert een paar uur later de prachtigste Mondriaan-achtige pesto-schilderijtjes op een te mooi opgemaakt bord. Je durft het eigenlijk niet op te eten. Het enige dat je wilt is er uren naar staren. Over beleving gesproken.

Non-ego

De grootste indruk heeft de aflevering over de boeddhistische non Jeong Kwan gemaakt. Zij is wars van alles, heeft haar ego overboord gegooid en weigert zichzelf een chef te noemen. ‘Ik kook voor de nonnen en voor mijzelf.’ Met een brok in mijn keel zie ik hoe zij het eten met alle liefde en respect uit de tuin plukt, met alle focus de producten bereidt en ook alleen maar daar mee bezig is en met niets anders. Niets dat haar kan storen of afleiden. Zij is daar. Zij is. Ik wil haar zijn.

Dompel je onder in die bron van ontdekkingen en kom boven met handenvol ondergegraven schatten voor je bedrijf

Mijn creatieve brein danst en juicht tijdens deze afleveringen. Ik vind Chefs Table verplicht voer voor elke ondernemer. Ik zuig de inspiratie op want ik kan alles vertalen naar mijn eigen bedrijven. Zo veel indrukken kun je gebruiken als metafoor voor je bedrijf. Vertaal de kunst, de poëzie, de literatuur, de vergezichten, de bergen, zee en de natuur. Leg de link. Maak de sprong. Het enige dat je hiervoor hoeft te doen is stil te zijn, het liefst ergens op een plek buiten. Stil en ga naar binnen. Naar jouw binnen, niet die van een ander. Alleen daar ligt jouw vertaling, jouw eigen creatie. Jij bent jouw eigen chef. Het kost je alleen wat uurtjes slaap misschien.