Mijn geesteskind en de dood

‘Jij hebt een lijntje met het Universum,’ zei mijn vormgever vorige week. We zaten te kloten met de kleur voor de omslag van mijn boek. Het was goud met een beetje zwart, de kleur van de rouw. Toepasselijk voor dit moment. Misschien was het daarom ook dat ik zei dat ik geen zwart wilde. Ik ben niet zwart, het past niet bij me. Wat dan wèl?

Ik vertelde haar dat ik mijn onderbewuste opdracht ging geven om er ’s nachts mee bezig te gaan en dat ik morgenochtend wist wat het zou worden. Gelukkig verklaarde ze me niet kierewiet. Althans, niet hardop.

En zo geschiedde. Ik werd wakker en het moest donkerpaars worden. Met aarzeling veranderde zij het zwart in het paars en ziedaar: prachtig! Twee complementaire kleuren (wist ik pas later) en paars schijnt een mysterieuze zweem te hebben: de essentie van mijn boek. Alles klopte ineens.

Vorige week was de meest bizarre week van mijn leven. Mijn moeder overleed en de deadline van het inleveren van mijn boek naar de drukkerij was drie dagen later. Deadline, een woord waar ik opeens een traumatische smaak aan over houd. Nog nooit liepen dood en geboorte zo parallel.

Overdag bepaalden we het lettertype van de rouwkaart. De grootte, typografie en moeten de letters grijs of zwart? Welke kleur papier? Wit of iets minder wit? In de avond kreeg ik exact dezelfde vragen, maar dan voor mijn boek.

Het grafboeket: welke kleuren moesten het worden? Het werden er twee: wit en roze. Een paar uur later moest ik beslissen over de omslag van mijn boek: welke kleuren? Het werden er twee: goud en uiteindelijk paars.

De deadline voor mijn boek: twee uur ‘s middags. De begrafenis van mijn moeder: twee uur ’s middags.

De ziel van mijn moeder is allang elders. Mooi hoe het leven zich langzaam losweekt en stilletjes verdwijnt uit het lichaam dat een leven lang gediend heeft. Een omhulsel blijft over. Tegelijkertijd werd een nieuw omhulsel geboren: de omslag van mijn boek. Hoe ik me voelde: geen idee. De overlevingsstand.

Het liefst was ik drie dagen onder mijn dekbed, onder mijn bed gaan liggen met een fiks aantal slaappillen. ‘Maak mij maar wakker wanneer de begrafenis is.’ De deadline dwong anders. Niet vluchten, maar blijven. Alle oerkrachten tevoorschijn toveren om scherp te blijven en de juiste beslissingen te nemen. In een andere dimensie, een nieuwe laag in mijn leven, lukte dat. Ik moest wel.

Bizar om te weten hoe krachtig een mens eigenlijk is. Ik schrijf hierover nota bene in mijn eigen boek en was het zelf even vergeten. De dood hakt ook wel in het geheugen, merk ik. Wellicht heeft de dood een stukje geheugen nodig om te settelen als herinnering: ‘maak plaats!’  Mijn geheugen was op dat moment dat van een goudvis, trouwens.

‘Wat een samenloop van omstandigheden dat zij is heengegaan terwijl jouw geesteskind ter wereld kwam. Geboorte en dood, het begin- en eindpunt van dit leven, maar niet van de ‘stroom des levens,’ was de prachtige tekst op een kaartje dat ik van klanten kreeg, inmiddels dierbaren.

Ik schrijf dit stuk op een zondagochtend. De allereerste zondag waarop ik niet kook voor mijn moeder. Zeven bakjes. Ze wilde alleen maar het eten dat ik had gekookt. Geen tafeltje dekje of wat dan ook, dat was smerig. Het moest vegetarisch en biologisch, zoals ik zelf ook eet. De allereerste zondagmiddag dat ik niet naar haar toe ga, thee zet en alles wat ze had beleefd in haar ontzettend kleine wereldje vol kommer en kwel, aanhoor.

Onsterfelijkheid. Mijn boek zal niet dood gaan. Het zal altijd nog ergens in een kast staan, of onderin een la liggen. Misschien gekoesterd. Of bekritiseerd.

Hopelijk verandert het lezen van mijn boek jouw kijk op het leven, al is het maar ietsjes. Het besef dat het leven NU is en niet later. Doe en laat wat je altijd al hebt willen doen en laten. Doe het nu. Niet zogenaamd wanneer de tijd rijp is. Of wanneer er geld is. De kinderen de deur uit. Wanneer je met pensioen gaat. Ik verklap: jij bent niet onsterfelijk. Nog niet.

Alchemie is een transformatieproces, net als de dood. Daar waar de gestorvene weer langzaam verandert in sterrenstof, gebruikt de alchemist de stof om het zuiveringsproces in gang te zetten en het uiteindelijk in goud (de zuiverste vorm van zichzelf) om te zetten. Over ‘the circle of life’ gesproken.